tel 0187 657100 Nederlands English Duits Frans
empty

Artikel in Agrifac Magazine

Michel van Oijen: "We werken vanuit onze passie. Genieten van het produceren komt op de eerste plaats." Voor het augustus nummer van Agrifac 'Magazine for growers' werd Michel van Oijen geinterviewd.

Een vakidioot is hij wel te noemen. Bij Michel van Oijen, mede-eigenaar van uienhandel- en bemiddelingsbedrijf PPA Group, draait alles om passie voor het vak. “Als je doet wat je leuk vindt, kom je het verst als ondernemer”, is zijn mening. 

Elke week rijdt hij in vier uur naar ‘de mooiste landbouwgrond van Frankrijk’, zoals hij het zelf noemt. Achter Lille-Parijs liggen duizenden hectaren landbouwgrond, waar Michel van Oijen en zijn collega’s de teelt van hun opdrachtgever, Triumfus Onion Products (T.O.P. Onions), begeleiden. De Nederlandse teeltbegeleider loopt door de velden, bekijkt samen met zijn Franse collega het gewas, trekt conclusies en bepaalt de volgende stappen. “Het is erg belangrijk het gewas zelf te zien en te voelen”, zegt hij vanuit zijn kantoor in Dronten, waar hij maar sporadisch verblijft. “Daarom ga ik er iedere week zelf heen. We bekijken onze gewassen in Frankrijk gemiddeld twee keer in de week. Alles wat we zien, schrijven we op.”
Intensieve teeltregistratie is voor hem de manier om zowel kwantiteit als kwaliteit te leveren. “Zeker als het gaat om eerstejaars plantuien is kwaliteit ontzettend belangrijk. Je wilt kwalitatief hoogwaardig plantgoed telen voor de volgende stap. Daar worden we op afgerekend.” 
Daarbij gaat het niet alleen om registratie, maar ook zeker om lering trekken uit. “We willen op het juiste tijdstip de juiste dingen doen. Dat betekent dat we moeten leren van wat we zien en daarop durven inspelen.”

De hoofdactiviteit van PPA Group is bemiddelen in uien. Het bedrijf zoekt voor de boer een afnemer of neemt zelfs de hele teeltbegeleiding op zich, van rassenlijst tot oogst. Een goede mix van kwaliteit en kwantiteit is daarbij voor de van oorsprong Limburgse ondernemer van levensbelang. “Ons bedrijf kan alleen blijven bestaan bij een goede opbrengst. Zowel voor de teler als voor de afnemer moeten wij een optimaal rendement realiseren. Dat betekent dat we ons zelf zeer intensief met de teelt moeten bemoeien. Als we daar steken laten vallen, dan worden we daarop afgerekend.”

Van Oijen is 24 jaar geleden de uienhandel ingerold. Hij had een opleiding agrarisch leraar landbouwtechniek gedaan, huurde een boerderij om zelf uien te telen en kwam uiteindelijk in contact met Bas Melissant. Melissant runde een uienhandelsbedrijf en zocht een compagnon. “Het leek me een mooie uitdaging”, vertelt hij. “De uienteelt is een enorm mooie teelt. Als je door die velden loopt, op het juiste moment zaait en de goede dingen doet, dan kan ik daar echt van genieten. Zeker als je dan ook nog eens een maximaal rendement behaalt in kwaliteit en kwantiteit. Een ander gewas had het ook kunnen zijn, maar de uien kwamen nu eenmaal op mijn pad en ik had ervaring met de teelt.”

Vanuit passie
In 2011 ging Melissant zijn droom achterna en emigreerde naar Canada. Van Oijen bleef over met Jan van Strien. Later werd Jelle van der Krift ook mede-eigenaar. In die tijd zat het bedrijf al deels in Noord-Frankrijk. “Nederland is te klein voor zilver- en plantuien. Zij zijn een te grote belasting voor de Nederlandse gronden, omdat de Nederlandse uientelers zaaiuien telen. In Frankrijk ligt een heel potentieel. Daar heb je nog verse grond waar we een groot deel van de teelt kunnen wegzetten met weinig ziektedruk.”
Dat de Franse telers zelf niet in dat gat in de markt springen, is volgens Van Oijen logisch. “De Franse akkerbouw is vooral gericht op zware gewassen, zoals aardappelen en bieten. Uien komen daar niet in voor. Daarnaast is de uienmarkt te fluctuerend voor de Franse boer. Franse boeren telen alles op contract. Ze kunnen niet tegen fluctuerende markten en de daarbij gepaarde onzekerheid.”

Van Oijen zelf ziet daar juist de uitdaging van in en voelt zich op zijn plek. “Uien zijn een kleine teelt. Dat betekent dat je alles zelf moet uitdokteren, zelf een strategie moet bedenken en maar afwachten wat het resultaat is. Als het werkt, is dat het mooiste wat er is.” 

In dat opzicht voelt hij zich verbonden met Agrifac, voegt hij eraan toe. “Daar werken vakidioten, die met passie voor techniek hun werk uitvoeren. De medewerkers luisteren naar de gebruikers. Als zij een technisch probleem detecteren, ligt het meteen bij Agrifac op de tekentafel. Zij moeten ook alles zelf uitdokteren en maar afwachten wat het resultaat is.” 
Wat dat betreft is hij ook een vakidioot. “Ik doe wat ik leuk vind. Ik denk dat je daar als ondernemer het verst meekomt. We werken vanuit onze passie. Genieten van het produceren komt op de eerste plaats. Hoeveel het oplevert, staat op nummer twee.”

Meer uit grond halen
Gewasbescherming is zeker in Frankrijk een onderwerp dat grote aandacht verdient. Het aantal toegelaten spuitmiddelen in de Franse wetgeving is een stuk lager dan in Nederland. Het dwingt de ondernemer tot het zoeken naar alternatieven. Zo heeft Van Oijen in Frankrijk enkele proefvelden laten aanleggen om nieuwe teelttechnieken uit de proberen. “We zijn erachter gekomen dat eerstejaars plantuitjes helemaal niet zoveel spuitmiddel nodig hebben. We laten ze nu schraler opgroeien. Ze blijken nu minder last van ziektes te hebben, de kwaliteit is beter en we behalen een hoger rendement.” Meer uit grond halen is sindsdien één van zijn doelen geworden. Hoe kunnen we met minder bladvoeding toch een gewas telen met inhoud erin? 

De Fransen zijn zich daar al erg bewust van. De aandacht die de bodem in Nederland krijgt, is vooral getriggerd doordat de Verenigde Naties 2015 hadden uitgeroepen tot Jaar van de Bodem. In Frankrijk zijn boeren al veel langer bezig met hun bodem. Dat uit zich in duurzame bouwplannen. Zo bestaat het halve bouwplan van een gemiddelde Franse akkerbouwer uit tarwe. Het verbetert de structuur van de bodem. Ook daarin vindt Van Oijen Agrifac als partner. “Zo hebben ze rap ingespeeld op de wens om spuitmachines snel te kunnen reinigen, zodat het residu niet van het ene perceel plantuien naar het andere perceel zilveruien wordt gesleept. Daar heb je als ondernemer wat aan. Gewasbescherming is een grote kostenpost en het is belangrijk daar de juiste partner in te hebben.”
Hoewel minder spuitmiddel per hectare ook voor T.O.P. Onions de toekomst is, is uiteindelijk spuitmiddelvrij geen optie als het gaat om uienteelt. “100 procent biologisch gaat niet lukken”, zegt de ondernemer. “Daarvoor is de ziektedruk te hoog. Maar een integratie gaat er zeker komen ter bescherming van de grond. Grond is nu eenmaal het duurste productiemiddel van de teelt.”

Mee met ontwikkelingen
Ook qua spuittechnieken doet Van Oijen onderzoek. Spuiten met AirFlowPlus is één van de laatste ontwikkelingen, waarin hij geïnvesteerd heeft. “Op die manier kan je met minder middel heel efficiënt spuiten. We hebben hier 25 miljoen planten per hectare. Dat betekent dat het gewas slecht droogt en broei al snel een risico vormt. Op een gegeven moment wordt het loof zo lang dat het gaat strijken. Het veld ziet er dan uit als een deken van loof, waar de zon niet doorheen komt. Het gewas wordt hierdoor van onderuit ziek.”

De oplossing voor hem was een spuit met luchtondersteuning, de AirFlowPlus. “We hebben één Franse loonwerker proef laten draaien. Nu heeft hij drie spuitmachines met luchtondersteuning die ieder 20.000 hectare per jaar bewerken. We zijn erg tevreden.”

Na eerst met een andere fabrikant in zee te zijn gegaan, bleek Agrifac uiteindelijk de juiste partner, stelt hij. “Een groot voordeel voor ons is dat Agrifac een koppeling heeft met Franse netwerken. Hierdoor werd de markt voor ons ook toegankelijker. Fransen blijven nu eenmaal chauvinistisch.”

Behalve plaatsspecifiek spuiten, kijkt de ondernemer ook gretig naar de ontwikkelingen op het gebied van plaatsspecifiek bemesten. ‘Dat staat nog in de kinderschoenen, maar het zou mooi zijn als we daar uiteindelijk ook mee aan de slag kunnen.”

Het doel en missie van het bedrijf sluiten daar goed bij aan. “Ik wil niet zozeer meer, maar ik wil hetgeen wat we doen, beter doen. Beter betekent efficiënter werken, beter de kosten in de hand houden, betere kwaliteit realiseren, met de juiste partners en de juiste teeltregistratie. Altijd verbeteren. Daar ligt de uitdaging. En er plezier in blijven houden. Dat is het belangrijkste om vooruit te komen.” 
 

Terug naar overzicht